Pestprotocol

 



AANPAK VAN DE RUZIES EN PESTGEDRAG IN VIER STAPPEN:


Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:

STAP 1:

Er eerst zelf (en samen) uit te komen.


STAP 2:

Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.


STAP 3:

De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen, ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (zie bij consequenties). De leerkracht meldt dit in de teamvergadering.


STAP 4:

Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. De consequenties (zie bijlage) treden dan in werking.

Ook wordt de naam van de ruziemaker/ pester in de map “Veiligheid op de Ark” genoteerd. Bij iedere melding in de map omschrijft de leerkracht ‘de toedracht’. Bij de tweede melding in de map worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie-pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.


De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.






Bijlage Pestprotocol


Pesten op school Hoe ga je er mee om?
Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aanpakken. Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:

VOORWAARDEN

Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/ verzorgers (hierna genoemd: ouders).

De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.

Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.

Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.

Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.

Op iedere school is een vertrouwenspersoon aangesteld. Op De Ark is dat mevr. van Dam.

HET PROBLEEM DAT PESTEN HEET:

De piek van het pesten ligt tussen 10 en 14 jaar, maar ook in lagere en hogere groepen wordt er gepest.

Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken.

HOE WILLEN WIJ DAAR OP DE ARK MEE OMGAAN?

Op school werken we om de week aan de methode: Kinderen en hun sociale talenten en de methode: Drama (Moet je doen). Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. komen aan de orde. Regels worden besproken en hangen zichtbaar in de school en in de groep, groepsregels kunnen met elkaar afgesproken worden.

Het voorbeeld van de leerkracht(en), en thuis de ouders, is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor de leerlingen.

Signalen van pesterijen kunnen zijn:

· een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen

· zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot

· een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven

· briefjes doorgeven

· beledigen

· opmerkingen maken over kleding

· isoleren

· buiten school opwachten, slaan of schoppen

· op weg naar huis achterna rijden

· naar het huis van het slachtoffer gaan

· bezittingen afpakken

· schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer

· online pesten via msn

REGEL 1:

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf de groep 1 brengen we kinderen dit al bij:

Je mag niet klikken, maar als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt je er zelf niet uit dan moet je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.

REGEL 2:

Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

REGEL 3:

Samenwerken zonder bemoeienissen:

school en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie.

Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen.

Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen.

Bij problemen van pesten moeten de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders.

De inbreng van de ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.

REGELS DIE GELDEN IN ALLE GROEPEN:

1. Ga met een ander kind om zoals je zelf ook behandeld wilt worden.

2. Luister direct en reageer als een ander kind zegt of laat merken dat hij of zij niet aangeraakt wil worden.

3. We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen bijnamen of scheldwoorden.

4. Een ruzie los je met woorden op. Lukt dit niet, dan ga je naar de meester of juf.

5. Als er iets gebeurt wat je gevaarlijk of niet prettig vindt, vertel dat aan de meester of juf, dit is geen klikken.

6. Vertel de meester of de juf wanneer jezelf of iemand anders wordt gepest.

7. Blijft de pester doorgaan dan ook aan de meester of juf vertellen.

8. Word je gepest praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.

9. Alle kinderen mogen bij ons meedoen. Uitlachen, roddelen en dingen afpakken passen niet bij een goede samenwerking.

10. Als je iets van een ander wilt gebruiken of lenen, vraag je dat eerst.

11. Wij luisteren naar elkaar.

12. We respecteren dat ieder kind anders is.

13. Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Zij zijn ook welkom op onze school.

14. Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten is beslist niet toegestaan.

15. Na een ruzie kunnen we een ander vergeven wat er is gebeurd.

Deze regels gelden op school en daarbuiten.

Elke week kiezen we één van de schoolregels uit en besteden daar specifiek aandacht aan in alle groepen. Deze regel hangt goed zichtbaar in het lokaal. De regels zijn door de kinderen zelf gemaakt en in de groepen 1 en 2 worden ze ondersteund door illustraties.

CONSEQUENTIES

De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:

In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.

De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest

(of de gepeste of medeleerlingen komen het bij de leerkracht melden)
En vervolgens leveren stap 1 t/m 4 geen positief resultaat op voor de gepeste.

De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.

De consequenties bestaan uit in 5 fases; afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met het pestgedrag en geen verbetering vertoont in het gedrag:

FASE 1:

FASE 2:

Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd in de map “Veiligheid op de Ark” en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.

FASE 3:

Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.

Fase 4:

Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school.

Fase 5:

In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.

(zie schoolgids en beleidsmap Stichting Christophorus)

BEGELEIDING VAN DE GEPESTE LEERLING:

Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest

Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten

Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.

Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen

Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.

Nagaan welke oplossing het kind zelf wil

Sterke kanten van de leerling benadrukken

Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt

Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s)

Het gepeste kind niet overbeschermen bijvoorbeeld naar school brengen of ‘ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

BEGELEIDING VAN DE PESTER:

Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)

Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.

Excuses aan laten bieden

In laten zien welke sterke/leuke kanten de gepeste heeft

Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel; duidelijk stelling nemen als het kind wel pest – belonen (schouderklopje) als het kind zich aan de regels houdt.

Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren.

Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten? *

Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.

Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen ; Jeugdgezondheidzorg; huisarts; GGD.

* Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

· Een problematische thuissituatie

· Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen)

· Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt

· Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan

· Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt

ADVIEZEN AAN DE OUDERS VAN ONZE SCHOOL:

Ouders van gepeste kinderen:

a. Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.

b. Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.

c. Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.

d. Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.

e. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

f. Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

Ouders van pesters:

a. Neem het probleem van uw kind serieus.

b. Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.

c. Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.

d. Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.

e. Besteed extra aandacht aan het kind.

f. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

g. Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.

h. Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

Alle andere ouders:

a. Neem de ouders van het gepeste kind serieus.

b. Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.

c. Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

d. Geef zelf het goede voorbeeld.

e. Leer uw kind voor anderen op te komen.

f. Leer uw kind voor zichzelf op te komen.



Dit PESTPROTOCOL heeft als doel:

“Alle kinderen mogen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.”

Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.

Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!

Leerkrachten en ouders uit de schoolcommissie en de medezeggenschapsraad van de Ark onderschrijven gezamenlijk dit PESTPROTOCOL.